Inzendingen

Ga naar inloggen of Registeer om een manuscript te kunnen inzenden.

Checklist ter voorbereiding van inzending

Als onderdeel van de inzendingsprocedure moeten auteurs verklaren dat hun inzending voldoet aan de volgende richtlijnen. Inzendingen kunnen geretourneerd worden als ze daar niet aan voldoen.
  • De inzending is niet eerder gepubliceerd en is ook niet in overweging bij een ander tijdschrift (tenzij een uitleg is gegeven bij Opmerkingen voor de redacteur).
  • Het ingediende bestand is een OpenOffice-, Microsoft Word-, of RTF-bestandsformaat.
  • Indien beschikbaar, worden URLs aan de referenties toegevoegd.
  • De tekst is enkelvoudig gespatieerd, gebruikt een 12-punts lettergrootte, gebruikt schuingedrukte tekst in plaats van onderstreepte (behalve bij URL adressen) en alle illustraties, figuren en tabellen staan op de juiste plek in de tekst en niet aan het einde.
  • De tekst voldoet aan de stilistische en bibliografische eisen zoals geformuleerd in Richtlijnen voor auteurs, te vinden bij Over dit tijdschrift.

Richtlijnen voor auteurs

Graag verwijzen we naar de Bladformule en redactiestatuut en de Schrijfrichtlijnen voor auteurs. 

Procedure voor plaatsing van bijdragen in ‘Epilepsie’

Auteurs wordt gevraagd een bijdrage te leveren aan ‘Epilepsie’. Dit betekent niet dat een bijdrage ongewijzigd wordt geplaatst. Alle bijdragen van auteurs aan ‘Epilepsie’ worden beoordeeld door referenten en op hun inhoud getoetst door de Kernredactie van ‘Epilepsie’.
Hierbij wordt de volgende procedure gevolgd:

  • De bijdrage van de auteur(s) wordt naar twee referenten gestuurd.
  • Het commentaar van deze referenten wordt geanonimiseerd naar de auteur gestuurd. Dit
    gaat als volgt:
    • open het Worddocument
    • klik op het tabblad ‘Controleren’
    • klik op het blokje ‘Wijzigingen bijhouden (dit wordt nu geel)
    • klik op het pijltje onderaan het blokje ‘Wijzigingen bijhouden’
    • klik op ‘Gebruikersnaam wijzigen’. Vul hier bijvoorbeeld 'Anoniem' in. De wijzigingen die u in de tekst gaat aanbrengen, worden nu zichtbaar zonder dat men ziet
      wie deze heeft aangebracht.
  • De auteur verwerkt het commentaar, eventueel in overleg met de rubrieksverantwoordelijke en via hem/haar met de referent(en).
  • Indien het oordeel van (één van) de referenten negatief is ten aanzien van plaatsing van de
    bijdrage, wordt dit besproken met de auteur(s) en wordt in overleg besloten hoe de bijdrage kan worden aangepast zodat deze volgens het oordeel van auteur én de rubrieksverantwoordelijke wél geschikt is voor plaatsing. Het resultaat van dit overleg wordt voorgelegd aan beide referenten.
  • Toetsing van de inhoud van de bijdragen vindt plaats in de Kernredactie. De bijdragen worden alleen geplaatst indien hierover overeenstemming is binnen de Kernredactie. De auteur heeft vetorecht indien geen overeenstemming kan worden bereikt over de tekst van een bijdrage.

Algemene richtlijnen voor bijdragen, van toepassing op alle rubrieken

Alle bijdragen, ongeacht de rubriek, moeten aan onderstaande richtlijnen voldoen.

Gegevens auteur
Geef deze als volgt weer: Door: naam auteur (voornaam voluit en achternaam), e-mailadres (graag tussen haakjes), discipline, auteur, naam instituut (bij voorkeur geen afkortingen), plaats van het instituut.

Titel
De titel mag maximaal zestig tekens (inclusief spaties) omvatten. Een goede titel is als volgt te creëren:
- Maak een samenvattende zin met daarin de kern van het artikel.
- Vat deze zin daarna samen in maximaal zestig tekens (schrap bijzinnen, minimaliseer aantal lidwoorden, maak een actieve zin, gebruik synoniemen die korter zijn).
- Vermijd punten, vraagtekens en uitroeptekens, gebruik hoofd- en kleine letters als in een gewone zin, gebruik enkele aanhalingstekens (‘) voor uitspraken of meningen en gebruik bij voorkeur de tegenwoordige tijd.

Samenvattende inleiding
De inleiding mag ongeveer 75 woorden omvatten. Geef in de inleiding in 75 woorden (oftewel in een 5-regelige ‘lead’) een korte weergave van (de boodschap van) het artikel, die de lezer uitnodigt verder te lezen.

Tekst artikel
- Structureer het artikel door het op te delen in alinea's, elk voorzien van een heldere kop.
- Alle Engelse termen/woorden worden cursief geschreven en niet tussen aanhalingstekens.
- Latijnse terminologie wordt niet cursief geschreven en ook niet tussen aanhalingstekens.
- Indien aanhalingstekens worden gebruikt, zijn dit enkele (‘) en geen dubbele (“).

Illustraties

Illustraties worden full colour geplaatst; kleur is visueel aantrekkelijk en wordt op prijs gesteld.
Let op: door het gebruik van afbeeldingen wordt het aantal woorden dat het artikel mag omvatten, verminderd, afhankelijk van de grootte van de illustratie: voor een kleine afbeelding gaan er 70 woorden af, voor een gemiddelde afbeelding: 150 woorden eraf, voor een grote afbeelding (halve pagina): 300-350 woorden eraf.

Kwaliteit:
Het is van zeer groot belang dat afbeeldingen die door de auteur worden aangeleverd, van voldoende kwaliteit voor drukwerk zijn. Dat wil zeggen dat de resolutie van het beeld 300 dpi moet zijn en dient aangeleverd te worden als .jpg-, .tiff-, .bmp-, .eps- of .psd-bestand. De tekst in de afbeelding (bijv. grafiek/tabel) is bij voorkeur in het Nederlands. Indien de afbeeldingen vanwege het formaat te groot zijn voor mail, kan men ze ook heel makkelijk via (www.wetransfer.nl) verzenden.

Het nagaan/aanpassen van de kwaliteit in dpi kan met allerlei programma’s: met Windows Paint kan de dpi worden nagegaan. Open het programma, open de afbeelding, klik op ‘Bestand’ (links bovenin) en kies daarna ‘Eigenschappen’. Het beste is om de originele afbeelding op te vragen bij degene die deze oorspronkelijk heeft gemaakt want het origineel heeft de best mogelijke kwaliteit.

Legenda:
Onder de afbeelding komt de legenda, in de Nederlandse taal en cursief gedrukt. Begin een legenda met Figuur 1, eventueel gevolgd door A), B) etc. Zet verwijzingen in de tekst naar een afbeelding tussen haakjes: (foto), (figuur 1) of (tabel 1).

Refereren aan artikelen en (artikelen in) boeken

In de tekst refereren aan artikelen etc. door middel van het tussen haakjes plaatsen van de naam van de eerste auteur, gevolgd door et al., een komma en het jaartal: (Park et al., 1977), of als er twee auteurs zijn: (Park & Jansen, 1987).

Vermeld de referenties onderaan het artikel in alfabetische volgorde (op naam van de eerste auteur) conform de schrijfwijze hieronder (afgeleid uit het Instructions for Authors voor het tijdschrift Epilepsia).

Vermeld alleen de eerste drie auteurs. De anderen worden vermeld middels ‘et al.’. Beperk het aantal referenties tot drie à vier.

Artikelen (print)
Salmenpera TM, Symms MR, Boulby PA et al. (2006) Postictal diffusion weighted imaging. Epilepsy
Res. 70:133-143.

Artikelen (digitaal)
Baxendale S, Thompson P, Harkness W et al. (2007) The role of the intracarotid amobarbital
procedure in predicting verbal memory decline after temporal lobe resection. Epilepsia Online; doi: 10.1111/j.1528-1167.2006.00940.x.

Boek
Shorvon S (2005) Handbook of the treatment of epilepsy. Blackwell Publishing, Oxford.

Hoofdstuk in een boek
Wenzel HJ, Schwartzkroin PA (2006) Morphologic approaches to the characterization of epilepsy
models. In Pitkanen A, Schwartzkroin PA, Moshe SL (eds) Models of seizures and epilepsy. Elsevier Academic Press, San Diego, pp. 629-652.

Gebruik van gegevens
Als er gegevens van patiënten worden gebruikt, is het van belang dat de patiënt hier toestemming voor heeft gegeven. Auteurs moeten aangeven of ze enige binding hebben met sponsors en/of, bij medicijnvermelding, met farmaceutische bedrijven. Voor medicijnen worden in principe de generische namen gebruikt.

Aanvullende richtlijnen voor afzonderlijke rubrieken

Alle bijdragen moeten voldoen aan de algemene richtlijnen zoals weergegeven onder punt 2
en aanvullend aan de hieronder weergegeven aanvullingen.

Rubriek Actueel
De rubriek Actueel omvat 2 à 3 pagina’s in het blad = 1200-1800 woorden, inclusief afbeeldingen (zie pag. 2: Illustraties).

De rubriek Actueel is in principe bedoeld voor actuele aangelegenheden. Het betreft een feitelijk en overzichtelijk bericht en wordt als volgt opgebouwd:
- De bijdrage begint met een ‘samenvattende inleiding’ (een 5-regelige lead) met een lengte van ongeveer 75 woorden. Hierin worden in ieder geval vier van de vijf W's: (wie, wat, waar, wanneer, waarom) beschreven, zodat op die manier kort de belangrijkste feiten worden genoemd.
- In het middenstuk komen de vier W's uitvoeriger aan bod. Er is plaats voor de vijfde W, en het ‘Hoe’ wordt beschreven.
- Een opbouw van algemeen naar gedetailleerd: hoe verder u in het artikel komt, hoe meer details. De laatste delen van de tekst zouden in principe weggelaten moeten kunnen worden zonder dat de essentie verloren gaat.
- Als het een nieuwsbericht betreft worden referenties niet apart genoemd. Indien er toch wordt gerefereerd aan publicaties, vermeld deze dan in de tekst. Als het een beschrijving van een actuele zaak betreft (bijvoorbeeld beschrijving van werking van anti-epilepticum dat in de aandacht staat) dan wel met referenties.

Rubriek Casuïstiek
De rubriek Casuïstiek omvat 2 à 3 pagina’s in het blad =1200-1800 woorden, inclusief afbeeldingen
(zie pag. 2: Illustraties).

De bijdrage begint met een ‘samenvattende inleiding’ (een 5-regelige lead) van ongeveer 75 woorden waarin de casus wordt geïntroduceerd. De casus wordt daarbij in een bepaalde context geplaatst met de reden waarom deze casus van belang is. De casus moet interessant en goed leesbaar zijn voor een breed lezerspubliek en het artikel moet een boodschap bevatten. Vakjargon wordt zoveel mogelijk vermeden of wordt in begrijpelijk Nederlands uitgelegd. De casus wordt beknopt weergegeven; niet ter zake doende informatie wordt weggelaten. Hierbij komt (minimaal) het volgende aan de orde
- anamnese of verloop van de ziektegeschiedenis;
- persoonsgebonden kenmerken en veranderingen, blijkend tijdens het onderzoek;
- diagnose en behandeling;
- bij medicijnen worden alleen de generische namen gebruikt.
Na de presentatie van de casus volgt een discussie of beschouwing. Meestal wordt een kort overzicht gegeven met de belangrijkste kenmerken van het ziektebeeld en in hoeverre de casus hieraan beantwoordt of afwijkt. De casus wordt afgesloten met één of meer adviezen voor de praktijk. De literatuurreferenties verwijzen naar enkele goede overzichtsartikelen, zijn zoveel mogelijk recent of zijn zeer specifiek voor het onderwerp. De casus mag niet herkenbaar of herleidbaar zijn, anders is schriftelijke toestemming van de patiënt vereist om te publiceren.

Rubriek Wetenschappelijk onderzoek
Eén artikel in de rubriek Wetenschappelijk Onderzoek omvat 900 woorden, inclusief afbeeldingen. Met drie artikelen komt de rubriek als geheel op 5-6 pagina’s (3000-3600 woorden, inclusief afbeeldingen) in het blad. De inleiding omvat 300 woorden. (zie pag. 2: Illustraties).

De rubriek Wetenschappelijk onderzoek bestaat (indien beschikbaar) uit een inleiding (300 woorden), gevolgd door drie verschillende bijdragen (900 woorden per bijdrage). Het is de bedoeling dat deze bijdragen passen binnen één bepaalde onderzoekslijn. In de inleiding wordt aangegeven om welke onderzoekslijn het gaat. Aan elk van de drie bijdragen moet een ‘samenvattende inleiding’ met een lengte van ongeveer 75 woorden (een 5-regelige lead) voorafgaan. Voor de afzonderlijke bijdragen wordt de gebruikelijke structuur voor de opbouw van een wetenschappelijk tekst gevolgd. Dat wil zeggen:
- Een inleiding, waarin de doelstelling/vraagstelling helder wordt geformuleerd.
- Een methode sectie, hoewel veel minder uitgebreid dan voor een artikel in een wetenschappelijk tijdschrift. Vermijd bijvoorbeeld details over hoe een experiment precies is uitgevoerd.
- Een korte weergave van de resultaten van het onderzoek.
- Conclusies, aanbevelingen, punten van discussie et cetera.
De bijdragen zijn Nederlandstalig en hebben een toegankelijke, journalistieke stijl. Het lezerspubliek is zeer divers. Leg essentiële begrippen uit en vermijd vakjargon of hoogdravend taalgebruik. Neem aan dat de lezer weinig van het onderwerp weet. Wees volledig in uw uitleg. Wees niet kort, maar wel kernachtig. Het doel is maximale informatie in een minimum aantal woorden.

Rubriek Historische wetenswaardigheden
De rubriek Historische wetenswaardigheden omvat 2-3 pagina’s = 1200-1800 woorden, inclusief afbeeldingen (zie pag. 2: Illustraties). Inclusief afbeeldingen mag deze rubriek maximaal 3 tijdschriftpagina’s beslaan.

Deze rubriek schenkt aandacht aan de geschiedenis van de (onderzoek naar, omgaan met en behandeling van) epilepsie. De bijdragen in deze rubriek dienen te voldoen aan de algemene richtlijnen voor bijdragen aan ‘Epilepsie’.

Rubriek Verantwoorde epilepsiezorg
De rubriek Verantwoorde epilepsiezorg omvat 2-3 pagina’s = 1200-1800 woorden, inclusief afbeeldingen (zie pag. 2: Illustraties).

Elke bijdrage in deze rubriek dient voorafgegaan te worden door een ‘samenvattende inleiding’ met een lengte van ongeveer 75 woorden (een 5-regelige lead). Deze rubriek schenkt aandacht aan initiatieven gericht op verbetering van de kwaliteit, de organisatie of de samenhang van de zorg voor mensen met epilepsie. De naam van de rubriek is afgeleid van de Kwaliteitswet Zorginstellingen, die ‘verantwoorde zorg’ omschrijft als zorg van goed niveau, die in ieder geval doeltreffend, doelmatig en patiëntgericht wordt verleend en die afgestemd is op de reële behoefte van de patiënt. Bijdragen aan de rubriek Verantwoorde epilepsiezorg dienen tegen deze achtergrond en in het licht van evidence based practice te worden geschreven. Als de betreffende zorg in een misschien wat andere vorm elders in Nederland al wordt aangeboden, dient dit in de bijdrage te worden vermeld. Richtlijnen voor het klinisch handelen komen in deze rubriek aan bod, maar ook veranderingen die zich voltrekken in de organisatie van de epilepsiezorg.

Rubriek Proefschriftbesprekingen
Eén bijdrage binnen de rubriek Proefschriftbesprekingen omvat 1-1,5 pagina = 600-900 woorden, inclusief bij voorkeur één illustratie (zie pag. 2: Illustraties). Voor de tekst de volgende indeling aanhouden:
- De samenvattende inleiding (de 5-regelige lead) omvat in ca. 75 woorden de volgende gegevens: naam promovendus, datum van de promotie en de betreffende universiteit, titel van het proefschrift en in één zin de kernopdracht van het onderzoek.
- In een voetnoot de referentie van het proefschrift opnemen met vermelding van promotor en copromotor(en).
- Tekst indelen in het Waarom (geef aan welke vraag het onderzoek beoogt te beantwoorden), het Hoe (ga kort in op methode) en het resultaat.
- Sluit af met het belang voor de epileptologie (voor toepassing c.q. kennis en ontwikkeling).

Rubriek Forum

De rubriek Forum omvat 2-3 pagina’s = 1200-1800 woorden, inclusief afbeeldingen (zie pag. 2: Illustraties).

In deze rubriek worden door deskundigen artikelen besproken die op dat moment van cruciaal belang worden geacht voor de epileptologie en alles wat daarmee samenhangt. Het is mogelijk dat één auteur verschillende artikelen bespreekt en deze kritisch belicht. Een andere optie is dat er meerdere auteurs zijn die hetzelfde onderwerp vanuit een verschillende invalshoek bespreken. De bijdragen in deze rubriek dienen te voldoen aan de algemene richtlijnen voor bijdragen aan ‘Epilepsie’.

Rubriek Ingezonden berichten
Een ingezonden bericht omvat 0,5-1 pagina = 300-600 woorden, inclusief afbeeldingen (zie pag. 2:
Illustraties).

Ingezonden berichten dienen binnen één maand ná verschijnen van het blad verzonden te worden naar het redactiesecretariaat. De Kernredactie beoordeelt ingezonden kopij en behoudt zich het recht voor om deze te weigeren of in te korten.

Privacyverklaring

Namen en e-mailadressen die in dit tijdschrift worden ingevoerd, zullen alleen worden gebruikt voor de in dit tijdschrift genoemde doeleinden. Ze zullen niet worden gebruikt voor andere doeleinden of door andere partijen